Opo kondre man oen opo!
Sranan gron e kari oen.
Wans ope tata komopo
wi moe seti kondre boen.
Stré de f'stré, wi no sa frede.
Gado de wi fesiman.
Eri libi te na dede
wi sa feti gi Sranan.
God zij met ons Suriname
Hij verheff' ons heerlijk land
Hoe wij hier ook samenkwamen
Aan zijn grond zijn wij verpand
Werkend houden w'in gedachten
Recht en waarheid maken vrij
Al wat goed is te betrachten
Dat geeft aan ons land waardij
Suriname
Suriname is een republiek aan de noordoostkust van Zuid-Amerika.
Het grenst in het oosten aan Frans-Guyana, in het westen aan Guyana (voormalig Brits Guiana), in het zuiden aan Brazilië en in het noorden aan de Atlantische Oceaan. De hoofdstad is Paramaribo.
Suriname is 163.820 km² groot en heeft een kustlijn van 386 km. Door het centrum en oosten van het land stroomt de gelijknamige rivier de Suriname. Van 1927 tot 1983 was er ook nog een gelijknamig district, Suriname. Dit werd in meerdere fases opgedeeld en in 1983 werd het opgeheven.
Suriname heeft met Frans-Guyana een grensgeschil dat niet bestempeld kan worden als belemmerend voor de diplomatike, politieke, en biliterale banden tussen beide landen.
Dat was het grendgeschil met Guyana wel.
In 1999 verdreef het Nationaal Leger zelfs een boorplatform die in opdracht van de Guyanese regering exploratiewerkzaamheden deed in het betwist gebied.
In 2008 deed het Internationaal Zeerecht Tribunaal uitspraak in het grensgeschil tussen beide landen waarbij het betwist gebied vrijwel in twee gelijke delen werd verdeeld.
In Suriname werd de uitspraak van de ITLOS als een verlies gezien terwijl in Guyana er uitbundig gefeest werd.
De vermoedelijke grote olieputten bevinden zich namelijk in het aan Guyana toegewezen deel.
Geschiedenis
De eerste kolonisatie vond vanaf 1650 plaats door de Britten. Tijdens de Tweede Engelse Oorlog werd Suriname in 1667 door Abraham Crijnssen veroverd op de Engelsen. Bij de Vrede van Breda zagen de Nederlanders voorlopig af van de teruggave van de door de Britten ingenomen Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (de huidige staat New York); op hun beurt eisten de Engelsen niet meteen dat Suriname ontruimd zou worden. Men spreekt hierom wel van een "ruil" van beide gebieden. Na de Derde Engelse Oorlog werd deze feitelijke toestand in 1674 de officiële door de Vrede van Westminster. In 1683 werd de Sociëteit van Suriname opgericht. De eerste gouverneur van Suriname onder het bewind van de Sociëteit was Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Hij had één derde van de rechten op Suriname aangekocht. De stad Amsterdam en de West-Indische Compagnie (WIC) bezaten daarnaast ieder een derde. Aan het einde van de 18e eeuw ging de WIC failliet; de familie Van Aerssen had haar bezit al eerder verkocht. Amsterdam was toen de enige belanghebbende.
Ook het naburige Berbice en Essequibo, ongeveer het huidige Guyana, werd gekoloniseerd door Nederlanders. Suriname, Berbice en Essequibo vormden het zogenaamde Nederlands Guiana. Nederlands Guyana werd in 1815 nog eens verdeeld in Suriname, dat in Nederlands bezit bleef, en het huidige Guyana, dat een Britse kolonie werd: Brits Guiana. Onder internationale druk en druk van de Surinaamse Onafhankelijkheidsstrijders is de slavernij in Suriname uiteindelijk opgeheven in 1863. In 1954 verkreeg Suriname een semi-autonome status (status aparte) binnen Koninkrijksverband. Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. Gouverneur Ferrier, premier Den Uyl en Koningin Juliana ondertekenden het verdrag. Sindsdien is de officiële benaming Republiek Suriname (zie toescheidingsovereenkomst). Van 1980 tot 1989 was Suriname een dictatuur onder legerleider Desi Bouterse. Sindsdien is Suriname gaandeweg gestabiliseerd, al blijven de banden met Nederland enigszins stroef.
In 2006 werd Suriname in het zuiden van het land door zware overstromingen getroffen.
De eerste kolonisatie vond vanaf 1650 plaats door de Britten. Tijdens de Tweede Engelse Oorlog werd Suriname in 1667 door Abraham Crijnssen veroverd op de Engelsen. Bij de Vrede van Breda zagen de Nederlanders voorlopig af van de teruggave van de door de Britten ingenomen Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (de huidige staat New York); op hun beurt eisten de Engelsen niet meteen dat Suriname ontruimd zou worden. Men spreekt hierom wel van een "ruil" van beide gebieden. Na de Derde Engelse Oorlog werd deze feitelijke toestand in 1674 de officiële door de Vrede van Westminster. In 1683 werd de Sociëteit van Suriname opgericht. De eerste gouverneur van Suriname onder het bewind van de Sociëteit was Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Hij had één derde van de rechten op Suriname aangekocht. De stad Amsterdam en de West-Indische Compagnie (WIC) bezaten daarnaast ieder een derde. Aan het einde van de 18e eeuw ging de WIC failliet; de familie Van Aerssen had haar bezit al eerder verkocht. Amsterdam was toen de enige belanghebbende.
Ook het naburige Berbice en Essequibo, ongeveer het huidige Guyana, werd gekoloniseerd door Nederlanders. Suriname, Berbice en Essequibo vormden het zogenaamde Nederlands Guiana. Nederlands Guyana werd in 1815 nog eens verdeeld in Suriname, dat in Nederlands bezit bleef, en het huidige Guyana, dat een Britse kolonie werd: Brits Guiana. Onder internationale druk en druk van de Surinaamse Onafhankelijkheidsstrijders is de slavernij in Suriname uiteindelijk opgeheven in 1863. In 1954 verkreeg Suriname een semi-autonome status (status aparte) binnen Koninkrijksverband. Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. Gouverneur Ferrier, premier Den Uyl en Koningin Juliana ondertekenden het verdrag. Sindsdien is de officiële benaming Republiek Suriname (zie toescheidingsovereenkomst). Van 1980 tot 1989 was Suriname een dictatuur onder legerleider Desi Bouterse. Sindsdien is Suriname gaandeweg gestabiliseerd, al blijven de banden met Nederland enigszins stroef.
In 2006 werd Suriname in het zuiden van het land door zware overstromingen getroffen.
Bevolking
De meeste van de 492.829 (2004) inwoners wonen in het noorden van het land, in de districten Paramaribo, Wanica en Nickerie. Het dunstbevolkte district is Sipaliwini, dat het grootste deel van het binnenland omvat.
De Surinaamse bevolking bestaat uit een mengsel van verschillende etnische groepen:
Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Suriname. Zij wonen vooral in de districten Paramaribo, Wanica, Marowijne en Sipaliwini. Te onderscheiden in:
Bovenlandse indianen: onder andere de Trio, Akuriyo en Wayana in het zuiden, en de Warau in het westen.
Benedenlandse indianen: de Arowakken en de Karaïben.
Typering: De indianen leven van kleinschalige landbouw, visserij en jacht en op bescheiden niveau van kunstzinnige nijverheid. Veel jongeren trekken naar Paramaribo. Godsdienst: de Trio zijn sinds eind jaren '60 van de 20e eeuw overwegend christen. Ook onder de Akuriyo en sommige andere stammen vindt men christenen. De overigen hangen traditionele natuurgodsdiensten aan, waarbij geesten- en voorouderverering een grote plaats innemen.
Hindoestanen, nakomelingen van Aziatische 'contractarbeiders' uit het toenmalige Brits-Indië. Zij bewonen voornamelijk de districten Wanica, Paramaribo en Nickerie.
Typering: overwegend werkzaam in administratie en handel, kleine landbouwers. Godsdienst: Hindoeïsme is de verzamelnaam die vanaf de 19e eeuw wordt gegeven aan diverse godsdiensten van Indiase oorsprong. De Hindoestanen kunnen weer onderverdeeld worden in twee stromingen: Sanatana Dharma (75%) en Arya Samaj (25%).
Creolen, afstammelingen van ingevoerde slaven uit Afrika.
Typering: overwegend werkzaam in administratieve banen en in de mijnbouw. Hun gezinsstructuur vertoont sterk matriarchale trekken. Godsdienst: overwegend christendom. Woongebieden: voornamelijk de districten Paramaribo, Coronie en Wanica (stadscreolen).
Bosnegers (Busnengre) of Marrons, nakomelingen van gevluchte Afrikaanse slaven, worden ook wel met een minder correcte term boslandcreolen genoemd. Aukaners (Ndyuka), Saramakaners, Paramakaners, Kwinti en Matawai, bewoonden afgelegen bosgebieden (Brokopondo, Marowijne, Saramacca), maar trokken later door de openlegging van het binnenland maar ook als gevolg van de binnenlandse oorlog tussen het Nationaal Leger van Desi Bouterse en het rebellenleger van Ronnie Brunswijk in de jaren tachtig, naar Paramaribo en andere plaatsen.
Typering: landbouwers (kostgrondje), handelaars.
Godsdienst: de als cultureel erfgoed uit Afrika meegenomen winticultuur; geesten- en voorouderverering, Winti geloof valt uitéén in verering van (natuur)geesten oftewel Halfgoden/natuurgoden (pikin gado) en geesten van overledenen (jorka's), ook is er een alomtegenwoordige god (gran gado), Anana genaamd. Ook 'wisi' wat de toepassing van winti is voor slechte dingen (hekserij/magie) behoort tot het cultureel erfgoed, verder wordt Fanowdu wroko, volkswijsheid voor genezing, reiniging van lichaam en geest uitgevoerd. Matrilineaire verwantschapsstructuur.
Javanen, nakomelingen van de contractarbeiders uit het toenmalige Nederlands-Indië. Het district Commewijne wordt van oudsher overwegend bevolkt door Javanen. Een aantal plaatsen binnen het district hebben zelfs Javaanse namen. Daarnaast wonen velen van hen in Lelydorp en in de districten Paramaribo en Wanica.
Typering: Overwegend kleine landbouwers, handelaars. Sterke onderlinge harmonie, roekoen genoemd. Godsdienst: overwegend moslim, daarnaast beoefenaars van geesten- en voorouderverering.
Chinezen, nakomelingen van contractarbeiders uit Hongkong, Zuid-China of Nederlands-Indië. Chinezen wonen voornamelijk in de districten Paramaribo en Wanica. Veelal handelaars. Het merendeel van de Chinese Surinamers spreekt een dialect uit de Hakka-taal. Heden ten dage is er een toename van migratie vanuit China naar Suriname. De sterk groeiende behoefte van China naar bijvoorbeeld hout en mineralen maakt Suriname zeer aantrekkelijk voor Chinese ondernemers.
Typering: overwegend werkzaam in de handel en horeca en wonen grotendeels in Paramaribo en Wanica.
Godsdienst: grotendeels atheïst.
Blanken (nakomelingen van de Nederlanders, Portugezen uit Madeira en andere Europeanen, Libanezen, Syriërs en Anglo-Amerikanen). Hun invloed op de samenleving is groter dan hun aantal (ca. 1 %). Zij wonen vooral in de districten Paramaribo en Wanica. Godsdienst: voornamelijk christen, sommigen moslim. De blanken die recentelijk in Suriname zijn komen wonen, of geen gemengd bloed hebben, staan bekend als bakra's. De afstammelingen van de blanke kolonisten die in het midden van de 19e eeuw uit Groningen en Gelderland kwamen, staan bekend als boeroe's.
Nakomelingen van voornamelijk Sefardische Joden maar ook Asjkenazische Joden. In hun geschiedenis speelt de Jodensavanne een grote rol. Godsdienst: Overwegend aanhangers van de joodse godsdienst (Joodse Synagoge in Paramaribo).
Een nieuwe en groeiende groep inwoners van Suriname zijn de Brazilianen. Aanvankelijk waren ze naar Suriname gekomen om goud te zoeken, maar steeds meer nemen ze actief deel in andere branches.
Bij de zevende volkstelling in 2004 waren de verhoudingen tussen de grootste bevolkingsgroepen als volgt:
27,4 % Hindoestanen
17,7 % Creolen
14,7 % Bosnegers of Marrons
14,6 % Javanen
12,5 % Gemengde afkomst
6,5 % Andere groepen
6,6 % Geen gegevens
De bevolkingsgroepen onderling zijn op cultureel, politiek en sociaal niveau weinig geassimileerd. Dit is grotendeels een gevolg van de koloniale arbeidspolitiek die gericht was op het behoud van het plantagesysteem. Politieke partijvorming wordt sinds jaar bepaald door een strijd om de macht tussen de grootste bevolkingsgroepen: de Creolen, de Hindoestanen en de Javanen. Religieuze en etnische scheidslijnen lopen vrijwel parallel.